Er zijn genoeg manieren om een voetbalwedstrijd open te breken. Een slimme steekpass, een voorzet op maat, een afstandsschot dat ineens uit de lucht komt vallen. Allemaal mooi. Maar er is toch niets dat zo direct iets met je doet als een speler die zijn tegenstander één op één opzoekt.
De dribbel heeft iets brutaals. Iets eigenwijs. Het is niet de veilige keuze. Het is niet de bal terugleggen en opnieuw beginnen. Het is denken kom maar, ik ga jou voorbij.
En misschien is dat precies waarom we er zo van genieten. Iedereen die ooit op een schoolplein heeft gevoetbald, kent dat gevoel. Je wilde niet alleen scoren. Je wilde iemand voorbij. Even dat moment hebben waarop iedereen keek. Waarop je de bal onder je voet meenam, een schijnbeweging maakte en dacht ja, dit is voetbal.
Dat gevoel verdwijnt nooit helemaal. Ook niet als we nu met spreadsheets, expected goals en FPL-planners naar de Premier League kijken. Natuurlijk willen we punten. Natuurlijk willen we rendement. Maar ergens willen we ook gewoon weer die speler zien die iets doet wat niet iedereen kan.
En dit seizoen zijn er een paar spelers die dat gevoel helemaal terugbrengen.
Voor mij zijn Rayan Cherki en Iliman Ndiaye misschien wel de leukste spelers van dit Premier League seizoen als het gaat om dribbels en acties. Niet omdat alles altijd lukt, maar juist omdat er altijd iets kan gebeuren als zij de bal krijgen.

Cherki heeft iets wat je niet zomaar kunt aanleren. Dat zachte gevoel in zijn voeten. Die kleine bewegingen. Dat moment waarop hij net lang genoeg wacht tot een verdediger hapt en dan alsnog de andere kant op draait. Hij speelt soms alsof hij nog steeds op straat staat, maar dan wel in de Premier League.
Dat maakt hem zo leuk. In een competitie waarin alles steeds meer draait om pressing, tempo en fysieke kracht, laat Cherki zien dat techniek en trucjes nog steeds kunnen werken. Niet als show om de show, maar als manier om een wedstrijd open te breken. We kunnen Cherki zien als een uitzonderlijke technicus die juist in drukke ruimtes met de bal kan ontsnappen waar anderen vastlopen. En dat is precies wat je ziet als hij goed in de wedstrijd zit.

Ndiaye heeft datzelfde plezier, maar op een andere manier. En eerlijk, ook al speelt hij bij Everton, ik kan echt enorm van hem genieten. Hij is zo’n speler waarvoor je even rechtop voor gaat zitten. Niet omdat je meteen een goal verwacht, maar omdat je weet dat hij iets kan doen waardoor een wedstrijd ineens open gebroken wordt.
Bij Ndiaye zit het in zijn balans, zijn korte draai en zijn lef om onder druk toch de bal bij zich te houden. Hij kan met zijn rug naar de goal staan, een verdediger voelen, kort wegdraaien en ineens ligt het veld open. Zijn eerste aanname onder druk, lage snelheid en daarna versnellen en een paar mooie schaarbewegingen. Dat is precies waarom hij zo prettig is om naar te kijken.

Doku hoort natuurlijk ook in dit rijtje. Hij is misschien wel de meest explosieve dribbelaar van allemaal. Waar Cherki je verleidt en Ndiaye je laat happen, blaast Doku je gewoon voorbij. Eén versnelling en de back is weg. En wat hem dit seizoen extra interessant maakt, is dat zijn acties steeds vaker ook iets opleveren.
Je ziet verdedigers vaak al achteruit lopen voordat hij echt iets heeft gedaan. Dat is pure angst voor snelheid. En terecht ook, want Doku kan in een paar seconden een hele aanval veranderen.

En dan Summerville. Onze Nederlandse trots in dit lijstje. West Ham heeft een lastig seizoen, maar Summerville is wel zo’n speler die kleur kan geven aan een wedstrijd. Hij wil vooruit, zoekt zijn man op en durft acties te maken. Juist in een ploeg waarin het niet altijd vanzelf loopt, valt dat extra op.
Uiteindelijk is dat waarom dribbelaars zo leuk blijven.
Ze brengen iets wat je niet volledig in cijfers kunt vangen. Natuurlijk willen we FPL-punten. Natuurlijk willen we rendement. Maar soms wil je ook gewoon die ene actie zien. Die ene beweging waardoor een verdediger verkeerd staat. Dat ene moment waarop een speler iets doet wat niemand anders durft.
De bal aan je voet. Een verdediger voor je neus. Iedereen kijkt.
En dan maar hopen dat je hem voorbij bent.




